|
De internationale luchtvaart heeft in toenemende mate moeite om met de huidige technologieën en werkmethodes te voldoen aan de
consistent groeiende behoefte aan luchttransport. Files in de lucht en vertragingen op de vliegvelden zijn daarvan het ongewenste
voorbeeld.
Uiteraard is en wordt er hard gewerkt aan het identificeren van de knelpunten en het ontwerpen en testen van mogelijke oplossingen en alternatieven. Een van die knelpunten was de vermeende beperking in informatieverwerkingscapaciteit van de mens. Daarom werd initieel gedacht aan het ontwerpen van een volledig geautomatiseerd technisch systeem, maar de praktijk wees al ras uit dat het zeer moeilijk is om een systeem te maken dat met onvoorziene zaken kan omgaan. Het is daarom alom geaccepteerd dat de rol van de mens in dit soort systemen zeker nog niet is uitgespeeld en dat de technologie de mogelijkheden van de mens niet moet vervangen, maar juist uitbuiten. Deze benadering staat bij ontwerpers bekend als de "human centered approach". Een belangrijke ontwerpparameter was/ is het reduceren van de werkbelasting van vliegers en verkeersleiders. Het gebruik van "extra" digitale gereedschappen (zgn advisors) bleek bij gebruikers niet altijd het gewenste resultaat op te leveren. Men rapporteerde veelal juist een toename in de subjectief beleefde werkbelasting! Een goede reden om leentjebuur te spelen bij de experimentele psychologie en de psycho- fysiologie in een poging om een meer objectief inzicht te verkrijgen in de werkbelasting en het taakgedrag. Een belangrijke voorwaarde voor het meten van realistisch taakgedrag is het beschikken over een hoogwaardige digitale werkplaats. Bij het NLR heet dat in luchtvaarttermen dan een "testbed" en aan de hand van een aantal onderzoeksresultaten zal het duidelijk worden dat verwachtingen niet altijd overeenkomen met de gemeten realiteit. |
Lezing, te presenteren op het symposium 'Echt of Namaak: simulatie en modellering in beweging', 5 oktober 2001, Rijksuniversiteit Groningen.