|
Wanneer we de geloofsinhoud van de diverse religies bestuderen, dan
kunnen we zonder uitzondering vaststellen dat er binnen een geloof grote
verschillen in geloofsovertuiging bestaan. Een onderscheid wat telkens
weer terug komt is dat tussen wat we als een uiterlijke bovenstroom en
een innerlijke onderstroom zouden kunnen betitelen.
Bij de bovenstroom zien we dat men tot het geloof hoort door de
acceptatie van een van buiten af aangeleverde geloofsinhoud. Deze
bovenstroom biedt heel veel antwoorden op de levensvragen die een mens
zich zou kunnen stellen. Ook verschaft zij de mens duidelijke
richtlijnen met betrekking tot het dagelijks gedrag en allerlei
levensproblemen. Daarnaast is er zoals gezegd een onderstroom, die zich
minder eenvoudig laat kenschetsen aangezien zij zelden aan de
oppervlakte komt.
De oppervlakte is voor de onderstroom niet buitengewoon interessant,
want zij zoekt verdieping. De onderstroom kent geen geloofsbelijdenis
die men kan accepteren. De onderstroom is een innerlijke religie die
desondanks binnen en tussen de diverse geloven grote overeenkomsten
vertoont. De onderstroom heeft geen vaststaande antwoorden te bieden op
de levensvragen van de mens. In tegendeel, zij plaatst de mens juist
telkens weer voor die vragen: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga
ik naar toe? De onderstroom moedigt de mens telkens weer aan zichzelf
deze vragen te stellen, en om op zoek te gaan naar antwoorden.
De antwoorden van de innerlijke religie zijn niet te vinden in een
vaststaande overlevering, maar moeten door ieder mens telkens weer in
zichzelf worden gezocht en gevonden. Net zoals de onderstroom geen
vaststaande antwoorden op de levensvragen heeft te bieden, zo ontbeert
zij ook de lange reeksen richtlijnen voor het dagelijks leven. Waar de
bovenstroom van de uiterlijke religie de mens plaatst voor vastliggende
lessen die door middel van onderwijs geleerd moeten worden, plaatst de
onderstroom van de innerlijke religie de mens voor de grote les die het
leven is en die door ondervinding geleerd moet worden.
De onderstroom van de religies heeft duidelijk weinig talent om populair
te worden. Waar de mens antwoorden verlangt, komt zij aan met meer
vragen. Waar de mens zekerheid zoekt voor het dagelijks leven, werpt zij
de mens op zichzelf terug om die zekerheid in zichzelf te vinden. We
kunnen ons dan ook met recht afvragen wat de gnostieke leer de mens wel
te bieden heeft. Wie de gnostieke leer puur intellectueel probeert te
bestuderen, merkt telkens weer dat zij als zand door de vingers glipt.
Wie echter de gnostieke leer gebruikt als richtsnoer bij een op
bevrijding gericht leven, merkt dat zij concrete aanwijzingen geeft
omtrent de ingeslagen levensweg. Wie de gnostieke leer gebruikt als
richtsnoer op het pad van bevrijding, merkt dat zij daadwerkelijk
richting geeft aan het leven, en van richtsnoer tot lichtsnoer
wordt.
Het zal wellicht wonderlijk klinken dat een leer die de mens zoveel te
bieden heeft als net beweerd is, het voor elkaar heeft gekregen
gedurende zo veel jaren volstrekt onopgemerkt te blijven, en pas
gedurende de laatste paar jaar voor het voetlicht treedt. Wellicht
overschatten we de waarde van die gnostieke leer enigszins. Een
bescheiden blik op de geschiedenis van het christelijk cultuurgebied
doet echter al snel het vermoeden rijzen, dat het wel mee valt met die
onopmerkbaarheid van de gnostieke leer. Er is welliswaar vaak getracht
de sporen die zij heeft nagelaten grondig uit te wissen, maar toch zijn
zij terug te vinden.
Reeds in de beginjaren van het christendom waren er twee duidelijke
stromingen te onderkennen. De eerste stroming kennen we tegenwoordig in
de diverse varianten van het orthodoxe christendom, maar daarnaast was
er een gnostieke variant die zocht zelfkennis te verkrijgen, en
voortdurend bezig was vragen te stellen. Dit vroege gnosticisme greep
daarmee in feite terug op een voorchristelijke variant, namelijk de
leringen van Hermes uit het oude Egypte, die reeds over een schaal,
gevuld met goddelijk kracht, sprak, en de aanmoediging tot zelfkennis
die de tempel van Delphi sierde. Tegen het eind van de 5e
eeuw was dit gnosticisme grotendeels onder controle, en gedurende de
daarop volgende 5 eeuwen bleef het in Europa, met uitzondering van de
bogomielen in het balkangebied, verder rustig.
In een gebied dat zich uitstrekte van het noorden van Afrika tot in
China, waren in de periode van 200 tot zo'n 1200 de Manicheëen
actief. Zij verspeiden de gnostieke leer in termen die aangepast waren
aan de plaats waar zij werkzaam waren. Zo kunnen we in het westen
manichese teksten vinden die een onmiskenbare christelijke taal
gebruiken, in het midden-oosten treffen we een islamitische terminologie
aan, terwijl wanneer we verder naar het oosten reizen, de taal van het
boeddhisme en het taoisme gebruikt wordt.
In de 12e en 13e eeuw zijn het dan de Katharen die
in het Pyreneëengebied de gnostieke leer levend houden. Zij leiden
een leven van zuiverheid en dienstbaarheid. Hun gehele levenshouding is
erop gericht geschikt te worden om de heilige graal te mogen ontvangen.
We moeten hierbij niet de vergissing begaan de heilige graal te
beschouwen als een of ander historisch voorwerp. Zij is een aanduiding
van de verlichtende en verwerkelijkende kracht die uitgaat van de
gnosis.
Sinds het begin van de 17e eeuw zijn het gedurende de
renaissance de rozenkruisers die geheel intellectueel europa op haar
grondvesten doen beven. Hoewel zij slechts een drietal geschriften
publiceren spreekt iedereen over deze geheimzinnige en naar verluid zeer
machtige lieden. Maar machtig waren ze niet, want het streven naar macht
gaat niet samen met het streven naar een algehele vernieuwing.
Geheimzinnig waren ze slechts ten dele. Voor wie niet in staat was de
vernieuwing in geestelijke zin waarover zij spraken te verstaan, leken
zij gevaarlijke politieke extremisten. En dan nog wel van de zeer
gevaarlijke soort die er in slaagde volstrekt onmerkbaar bezig te zijn.
Nou was dat natuurlijk niet zo vreemd aangezien zij daadwerkelijk geen
politieke ambities hadden. De historische rozenkruisers hielden zich
bezig met het bouwen van het "huis van de heilige geest", dat
alleen voor een selecte groep toegankelijk was, en voor het oog van de
profane wereld verborgen bleef.
Sinds het begin van de 20e eeuw, wordt het werk opnieuw
voortgezet onder de naam van het rozenkruis. De gnostieke leer is
zichtbaar geworden voor allen die van haar kennis willen nemen en als
innerlijk kompas willen gebruiken.
|